Spinning, lekker op de fiets

spinning

Soms zit geluk in een klein hoekje. En als je niet goed oplet, is het verdwenen.

Dit kleine geluk – en soms onhandig ongeluk – zíen, is de kunst van gelukkig zijn.

MINI-BLOG: KLEIN GELUK

Over klein geluk gesproken. Deze column kwam ik laatst weer tegen. Voordat ik redactiewerk ben gaan doen, schreef ik jarenlang om de week een column in de krant op Texel. Kanttekening: In die tijd had ik het wielrennen nog niet ontdekt. Inmiddels ben ik verslaafd aan spinning.

 

Spinning – Lekker op de fiets

In het jaar 1415, ruim 600 jaar geleden, kreeg Texel stadsrechten. Het klinkt niet-te-bevatten ver weg. Hoe zag Tessel er in die tijd uit? Gigantische zeilschepen in de havens en zeerovers aan de horizon? En prachtige kastelen. Mannen met zwaarden, gekleed in stoere mantel met bijpassende hoed en daaronder een pofbroek (iets minder sexy). Geen auto’s, maar gewoon: galopperend te paard – wél sexy!

De Cocksdorp bestond nog niet. Midden Eierland is in 1630 aan Texel gekoppeld. Een gek idee, bedenk ik me, terwijl ik over de Hollandseweg fiets naar de supermarkt in het dorp. Ook ik heb vandaag geen (redactie)auto tot mijn beschikking. Een groepje wielrenners sjeest voorbij. Dit doen ze met het grootste gemak. En dat terwijl ik tegen de wind in ploeg en met moeite vooruit kom op mijn damesfiets met handige, maar oerlelijke zijtassen en bovendien bezaaid met vogelpoep.

Opeens voel ik me ontzettend knullig. Zo zonder auto voelt als 100 jaar terug in de tijd. Veel liever was ik te paard mijn broccoli en (vega) biefstuk gaan halen, maar dat kan ik onze hoogbejaarde pony en shetlander niet aandoen.

Mijn zusje belt.

“Moeke zit op de fiets, hoor”, hijg ik.

Opnieuw word ik ingehaald door een wielrenner. Dit keer een ietwat te dikke man in compleet wielrennerspakje. Het heeft iets komisch en werkt op mijn lachspieren.

“Ik zie overal mannen met bierbuikjes in profi outfits voorbij crossen”, dik ik de realiteit aan. Mijn zusje gniffelt.

“Ik zie het al voor me”, tetter ik verder tegen de wind in, “dat zo’n goeiige echtgenoot er door zijn vrouw op uit is gestuurd voor een vergeten boodschap. Maar al te graag stapt hij op zijn gloednieuwe fiets en trapt zichzelf richting de supermarkt. Met een kleine omweg, want hij heeft de smaak lekker te pakken.”

Mijn zusje lacht en haakt in: “Maar bij het afstappen gaat het even mis, omdat z’n voet blijft haken in één van de trappers. Met leeg gefietste benen en kapotte knieën loopt hij de winkel in, waar hij met verkleumde vingers de meegekregen boodschappenlijst achter het ritsje van zijn fucking wielertrui vandaan frommelt.”

Ik gier het uit, en daarmee win ik het van de wind. Al kom ik nu voor geen meter vooruit. “Met een rood doorbloed lijf en een natte V-line op zijn rug vult de goeierd zijn winkelmandje. Hij doorkruist de winkel ongemakkelijk op zijn hielen, omdat onder de neus van zijn gloednieuwe wielrenschoenen het kliksysteem bevestigd zit.”

En heel sportief in korte, zwart glanzende legging en met zijn helm nog op vult hij een zakje met appels”, klinkt het door de telefoon. “En dan wijdbeens, vanwege de zeemleren lap in het kruis, klikklakkend naar de kassa.”

Ik pies zowat in m’n panty. Zo’n absorberende wielerbroek is zo gek nog niet. En eenmaal op mijn eindbestemming ben ík het die met knalrode kop en spaghettibenen de Plus binnenstap.

Geef als eerste een reactie